Van protestgeneratie tot generatie Z

Jannes Schuiling

De ‘patatgeneratie’: geen geuzennaam, zou ik zeggen. Zo typeerde Leo Beenhakker oud-bondscoach en -trainer van Ajax, eind jaren tachtig zijn spelers. Bijna alle leden van het elftal zijn geboren tussen 1970 en 1985, ook wel ‘de pragmatische generatie’ genoemd. Van welke generatie ben jij? En je werknemers of collega’s?

Spelers als Ronald de Boer, Richard Witschge, Bryan Roy en anderen vond Beenhakker gemak­zuchtig. Gezegend met veel talent, maar met onvoldoende vechtlust: verwende jongens “met vette contracten die liever in de Amster­damse discotheek iT rondhingen dan op het veld.” Zelf behoor ik tot de voorlopers van de patatgeneratie. De zogenoemde ‘generatie nix’ of ‘verloren generatie’. Toch voelde ik mij nooit verloren, en nix al evenmin. Bij welke generatie hoor jij eigenlijk?

Onlangs werd ik tijdens een college door een student op de vingers getikt. Ik behandelde de verschillende generaties. De kloven die daar­tussen kunnen ontstaan en de problemen die ze kunnen veroorzaken op de werkvloer. Zij vond dat onnodig generaliserend. Ik heb uitgelegd waarom het toch belangrijk is om je als onder­nemer of (HR-)manager te verdiepen in de verschillende generaties. Voor een beter begrip typeer ik ze hier kort.

  • Babyboomers of protestgeneratie: geboren tussen 1941 en 1955, een periode waarin de welvaart stijgt en er veel kinderen ter wereld komen. Zij leren vooral voor zichzelf op te komen. Andere kenmerken van deze generatie zijn: vrije moraal, zelfontplooiing en onvrede.
  • Generatie nix of verloren generatie: de periode 1955 – 1970 kenmerkt zich door economisch verval en bijbehorende (jeugd-)werkloosheid. Deze generatie is pragmatisch, zelfredzaam, beschikt over een no-nonsense­mentaliteit en leert snel. Het zijn de leidinggevenden van nu.
  • Patatgeneratie: deze generatie (1979 – 1985) kiest veel en moet niets. Ze beschikken over weinig discipline en werklust. Vooral levens­geluk is belangrijk en de dingen doen die ze zelf willen. Kenmerken zijn verder: onderhan­delen over alles en nog wat en zelfontplooiing.
  • Generatie Y of millennials: geboren tussen 1985 en 2000 zijn zij al hun hele leven actief op internet. Ze reizen de wereld rond, zijn ambitieus en een eigen bedrijf is zo opgezet. Ze zijn opgevoed in vertrouwen en kunnen genieten van een groei­ende economie. Alles is mogelijk. Deze generatie praat mee en wil serieus genomen worden.
  • Generatie Z: tussen 2000 en 2015 spreekwoor­delijk met een smartphone in de hand geboren. Daarom ook wel ‘iGeneration’ genoemd. Via internet hebben ze connecties over de hele wereld. Milieu en duur­zaam­heid zijn belangrijke thema’s. Kenmerkend is verder hun harde werken, een groot verantwoor­delijkheids­gevoel en het feit dat ze veel tegelijk doen. Ze schakelen snel. Met als nadeel dat concentratie niet hun sterkste punt is.

Graag nodig ik je uit om een inschatting te maken van je werknemers of collega’s, Herken je generatiekenmer­ken? Is er sprake van een generatie­kloof of werken de diverse generaties als een geoliede machine samen?

Logo Schuiling Groep zwart-wit

Jannes Schuiling is zelfstandig organisatie- en HR-adviseur.
jannes@schuilinggroep.nl
tel.: 06 - 22 97 45 01
www.schuilingconsult.nl

Dossiers
Lees ook
‘Op je handen zitten’

‘Op je handen zitten’

Tijdens een sollicitatiegesprek, voor de functie van manager human resources, werd mij op de valreep gevraagd: “O ja, hoe ga jij mij eigenlijk inspireren?” Voor ik het wist floepte het eruit: “Ik ga jou niet inspireren, dat doe je hopelijk zelf!”.

Veiligheid

Veiligheid

Vertrouwen en veiligheid vormen de basis van een effectief team. Hetzelfde geldt voor bedrijven. Kort gezegd: geen gevoel van veiligheid, geen succes. Mijn praktijk laat zien dat mensen zich niet altijd veilig voelen in hun team of bedrijf, met alle gevolgen van dien.

Geef werknemers meer zekerheid

Geef werknemers meer zekerheid

De arbeidsmarkt is in beweging. Waar werkgevers flexibiliteit willen, zoeken werknemers vooral zekerheid. Hafid Ballafkih van de onderzoeksgroep Arbeid in Transitie aan de Hogeschool van Amsterdam zegt in een artikel in de Groene Amsterdammer dat de flexibiliteit te ver is doorgeschoten.