Volgens het team van Dr. Charlotte Watteyn, van de KU Leuven en de Universiteit van Costa Rica, zullen de leefgebieden van wilde vanilleplanten en hun bestuivers in het neotropische gebied tegen 2050 ongelijkmatig verschuiven. Waar sommige vanillesoorten hun habitat zien groeien, krimpt het leefgebied van alle bestuivers aanzienlijk. Dit betekent dat zelfs als de vanilleplanten overleven, hun voortplanting in gevaar komt omdat hun bestuivers ontbreken.
Het onderzoek laat zien dat deze 'ruimtelijke mismatch' vooral problematisch is voor soorten die afhankelijk zijn van één specifieke bestuiver; de overlapping van hun leefgebieden kan tot wel 90 procent afnemen. Deze wilde vanillesoorten zijn cruciaal voor de commerciële teelt, omdat ze een genetische genenpool vertegenwoordigen die eigenschappen kan leveren die nodig zijn om gecultiveerde vanille robuuster te maken.
Vanille-teeltsystemen vergroten
“Net als cacao en koffie is vanille een wereldwijd exportgewas met een hoge internationale marktwaarde. Het wordt geteeld om winst te maken en is een belangrijke motor voor plattelandsontwikkeling, landbouwinnovatie en algemeen welzijn”, concludeert Watteyn. “De teelt komt ten goede aan kleine boerengemeenschappen in de tropen, dus er is een dringende noodzaak om de veerkracht van vanille-teeltsystemen te vergroten.”
Watteyn benadrukt de noodzaak om de natuurlijke populaties te beschermen, aangezien de bestaande beschermde gebieden mogelijk ontoereikend zijn. Het behoud van deze genetische diversiteit is volgens haar van cruciaal belang om de veerkracht van vanille als handelsgewas in de toekomst te waarborgen.
Bron: Frontiers Science


