Het RIVM onderzocht het jodiumbeleid in 54 Europese en 6 Westerse landen daarbuiten. In 33 landen is jodering van zout verplicht. Veertien landen laten dit vrijwillig aan producenten, terwijl acht landen helemaal geen beleid kennen. In Japan komt dat doordat de jodiuminname van nature al hoog is door veel consumptie van zeewier en vis.
Ook het suppletieadvies varieert sterk. Twintig landen adviseren suppletie, vaak gericht op zwangere vrouwen. Nederland hanteert een beperkter beleid: alleen bij onvoldoende voedingsinname wordt een supplement geadviseerd aan zwangeren.
Nederlandse aanpak: vrijwillig, maar dalende inname
In Nederland is het gebruik van gejodeerd zout vrijwillig, met uitzondering van brood, waar het gebruik actief wordt gestimuleerd. Hoewel vanaf 2008 ook andere productgroepen gejodeerd zout mogen gebruiken, bleef de verwachte toename beperkt. Hierdoor is de gemiddelde jodiuminname gedaald ten opzichte van eerdere jaren.
Vergeleken met andere landen is het Nederlandse beleid minder strikt. Veel landen verplichten jodering voor vrijwel al het zout of verrijken een breder scala aan voedingsmiddelen.
Effectiviteit lastig vast te stellen
Het rapport benadrukt dat de effectiviteit van verschillende beleidsvormen moeilijk te vergelijken is. De jodiumstatus wordt vaak gemeten via een eenmalig urinemonster, wat slechts een momentopname geeft. Bovendien verschilt per land in hoeverre beleid in de praktijk wordt gevolgd.
Stap richting nieuw beleid
Deze analyse vormt de eerste fase van het project Naar een toekomstbestendig jodiumbeleid. In vervolgstappen onderzoekt het RIVM welke beleidsaanpassingen in Nederland nodig kunnen zijn om de jodiuminname op peil te houden. De uitkomsten dienen als basis voor besluitvorming door het ministerie van VWS.
Bron: RIVM


