Wat als de oven plotseling uitgaat?

21 maart 2026 Jacqueline Steehouwer Bouwer & Officier
FINANCIEEL | Velen van u werken in de vorm van een vof, vaak een man-vrouwfirma, waarbij de ene firmant ’s nachts deeg staat te kneden, de andere de winkel regelt, de administratie en thuis vaak nog duizend andere dingen. Tot het moment dat het noodlot toeslaat en de bakker plotseling overlijdt. Dan is er, naast intens verdriet en ontreddering, ook een harde financiële realiteit: een bakkerij zonder bakker bakt geen brood.

De eerste vraag is dan: kan de zaak worden voortgezet en wil de overblijvende partner dat? Kan er op korte termijn een bakker worden aangetrokken? Soms is er een werknemer die kan inspringen of een collega-bakker die tijdelijk wil helpen. Dan moet worden gekeken of de vof kan worden voortgezet door de partner, eventueel met een nieuwe firmant. Dat vraagt liquiditeit: salarissen lopen door, leveranciers willen betaald worden en misschien kijkt de bank kritisch mee. Daarnaast moet het aandeel van de overleden firmant worden afgerekend met de erfgenamen. Dat betekent vaak dat er een bedrag uit de onderneming moet worden gehaald, terwijl de kas daar niet altijd op berekend is.

Is voortzetting geen optie, dan komt staking of verkoop in beeld. Bij verkoop is het de vraag of er goodwill is – en of die ook daadwerkelijk betaald wordt. In de praktijk kan goodwill bij een ambachtelijke bakkerij sterk afhankelijk zijn van de persoon van de bakker. Zonder die vertrouwde naam op het raam kan de waarde snel dalen.

Bij staking komen er directe financiële verplichtingen om de hoek kijken. Denk aan een afkoop van het huurcontract als er nog jaren looptijd resteren. Verhuurders zijn zelden bereid om zonder vergoeding afscheid te nemen. Personeel heeft recht op een transitievergoeding, ook bij beëindiging door overlijden van de ondernemer. Daarnaast kan er sprake zijn van stakingswinst waarover inkomstenbelasting verschuldigd is. De fiscus rouwt helaas niet mee.

En dan is er nog de privésituatie. Wanneer er een eigen woning met overwaarde is lijkt dat geruststellend, maar deze is pas beschikbaar als de woning wordt verkocht of extra wordt gefinancierd. Tegelijkertijd moet de langstlevende partner wel verder kunnen leven: hypotheeklasten, dagelijkse uitgaven, misschien studerende kinderen. Als de onderneming verlieslatend wordt afgewikkeld, kan dat direct drukken op het privévermogen en daarmee op de nalatenschap. 

Wat kun je nú doen om later niet klem te zitten?

Zorg allereerst voor een goede overlijdensrisicoverzekering die is afgestemd op de schuldenpositie van de onderneming én op de privésituatie. Leg in een vennootschapscontract vast wat er gebeurt bij overlijden en hoe de waardering plaatsvindt. Overweeg een regeling waarbij de onderneming kan worden voortgezet zonder dat direct het volledige kapitaal aan de erfgenamen hoeft te worden uitgekeerd. En bespreek tijdig met de verhuurder wat de mogelijkheden zijn bij onvoorziene omstandigheden.

Niemand begint een bakkerij met de gedachte aan het einde. Maar zoals ik mijn klanten wel eens zeg: je kunt nog zo goed zijn in zuurdesem, zonder goed recept voor de toekomst kan het alsnog inzakken. Zorgen voor later is geen somberheid, het is ondernemerschap.

Jacqueline Steehouwer

Accountant bij Bouwer & Officier Accountants 
en Belastingadviseurs voor bakkers te Alphen aan den Rijn
Tel: (085) 002 69 00
Meer info: www.bouwer-officier.nl 

bouwer en officier logo klein

Meer van Jacqueline Steehouwer?
Alle columns van Jacqueline Steehouwer en onze andere columnisten zijn te vinden onder Blogs.

Naar alle blogs

Deze blog hoort bij Bakkers in bedrijf | editie 2-2026. Het thema van dit nummer is Seizoensproducten. Abonnees kunnen alle artikelen ook online lezen. Nog geen abonnee? Sluit dan een abonnement af.

Ga naar editie