Wel of geen testament?

Jacqueline Steehouwer Bouwer & Officier

Soms komt het voor dat ik met een aangifte erfbelasting bezig ben en tot de conclusie kom dat er belasting betaald moet worden, wat niet had gehoeven. Dat is frustrerend voor mezelf, omdat ik er op dat moment vaak niets meer aan kan doen, maar bovenal zuur voor de erfgenamen die, naast het gemis, onnodig belasting moeten betalen.

Praktijkcasus

Een gezin met twee kinderen, gehuwd in gemeenschap van goederen. Ze hebben een eigen woning met daarop een hypotheek, wat spaargeld en een camper. Vader (60) komt te overlijden. Er is geen testament opgemaakt en zijn nalatenschap bedraagt € 150.000. In deze situatie betalen de kinderen een totaalbedrag van circa € 3700 belasting. Dat had bespaard kunnen worden als vader een testament had laten opmaken.

Wettelijke verdeling

Wanneer er geen testament is opgemaakt, dan bepaalt de wet naar wie de erfenis gaat: sinds 2003 is dat de wettelijke verdeling. In dat geval erven de langstlevende en de kinderen allemaal een gelijk deel, maar de langstlevende krijgt al het bezit en alle schulden. In ruil daarvoor krijgen de kinderen een vordering op die langstlevende, een soort ‘tegoedbon’ die pas opeisbaar is bij het overlijden van die langstlevende ouder. De kinderen betalen wel erfbelasting over de waarde van die tegoedbon, vaak voorgeschoten door de langstlevende.
Deze wettelijke verdeling is in het leven geroepen om de langstlevende een sterkere positie te geven ten opzichte van de kinderen. Hierdoor is het in minder gevallen noodzakelijk om een testament op te maken, maar het kan ook nadelig uitpakken zoals in het bovenstaand voorbeeld.

Vrijstellingen

Het tarief van de erfbelasting voor partners en (pleeg- of stief)kinderen bedraagt op dit moment 10% over een verkrijging tot € 130.424 en daarboven 20%. In 2022 geldt een vrijstelling voor de echtgenoot van € 680.645 en voor kinderen van € 21.559.
En daar zit hem de crux in de bovenstaande casus: de totale nalatenschap had bij de echtgenote geheel onder de vrijstelling gebracht kunnen worden waardoor er geen erfbelasting verschuldigd is.

Opvullegaat en afvullegaat

Door in een testament een opvullegaat-clausule op te nemen kun je de erfenis van de langstlevende vergroten en krijgen de kinderen een kleiner deel, zodat de vrijstelling optimaal benut wordt.
Een afvullegaat gaat nog een stap verder en zorgt ervoor dat de twee tariefschijven van 10% en 20% optimaal worden benut.

Het kan ook nadelig zijn

Een waarschuwing is op zijn plaats: zo’n opvullegaat kan ook nadelig uitpakken. Na een eerste overlijden volgt ook een keer het overlijden van de langstlevende. Het kan zomaar zijn dat een opvullegaat bij een laatste overlijden zorgt voor een hogere erfbelasting dan zonder.
Een kwestie van rekenen. Primair bij de keuze voor wel of geen testament, maar secundair ook bij een eerste overlijden. Bepalende factoren hierbij zijn de leeftijd van beide ouders, het aantal kinderen en uiteraard hoe groot het vermogen is.
In alle gevallen geldt: laat u goed voorrekenen door uw adviseur! 

Jacqueline Steehouwer
Accountant en fiscaal jurist bij Bouwer & Officier Accountants en Belastingadviseurs voor bakkers, te Hazerswoude.
T.: 071 – 34 190 00
Meer info: www.bouwer-officier.nl 

Meer over
Lees ook
Wat brengt de voorjaarsnota ons?

Wat brengt de voorjaarsnota ons?

Normaal gesproken worden de begrotingsplannen op Prinsjesdag bekendgemaakt. Het kabinet heeft nu aangekondigd dat het zijn plannen al in het voorjaar wil openbaren.

Pot met geld?

Pot met geld?

Regelmatig wordt gezegd of gedacht dat iets wel gefinancierd kan worden door het Sociaal Fonds Bakkersbedrijf (SFB). Een evenement of andere activiteit? Het SFB kan wel betalen. Toch? Laten we de feiten daarover weer even op een rij zetten.

EHB(K)O

EHB(K)O

Dertig jaar geleden liep ik, broekie van nog geen 21, stage bij een accountantskantoor. Ik mocht mee naar een klant in het noorden van het land en moest het kasboek opvragen bij de directie. De kast ging open en mevrouw haalde daar twee schriftjes uit met de legendarische woorden: “Welke moet je eigenlijk hebben, de groene of die zwarte?”