RECENSIE | Voor het boek De weduwen van Lemmer is Age Poppe Feite Bakker, vernoemd naar zijn Friese voorouders, in de archieven gedoken. Waar vooroordelen wellicht doen denken dat het bakkersvak vroeger vooral mannelijk was, schijnt Bakker een heel ander licht op het verleden. Vanuit een vrouwelijke, feministische invalshoek vliegt Bakker zijn familiegeschiedenis aan.

Age Bakker was werkzaam bij de Nederlandsche Bank en het Internationaal Monetair Fonds. Daarnaast was hij hoogleraar aan de Vrije Universiteit en staatsraad bij de Raad van State. Nu heeft hij, als nazaat van de weduwen van Lemmer, een Friese bakkerskroniek over hen uitgebracht. Bakker schetst het bedrijvige beeld van het Friesland van de achttiende en de negentiende eeuw. Lemmer ontwikkelde zich tot de tweede haven van Friesland en door de dagelijkse vaart over de Zuiderzee lag Amsterdam ‘dichtbij’. De weduwen van Lemmer is een familiekroniek maar ook een breder verhaal over gewone burgers met uiteenlopende beroepen die samen Friesland maakten tot wat het is. Wat op het eerste gezicht een lang historisch boek lijkt te zijn, blijkt toch vernieuwend door de unieke invalshoek die de schrijver heeft gekozen.